Member details
 Show in normal design
Favorite blogs
Links
 
19 Jun, 20:40
Er blijken scherpe grenzen te bestaan in mijn volwassen leven. Die vallen in de praktijk niet zozeer samen met verjaardagen, maar worden veel meer uitgedrukt in gebeurtenissen.
De eerste keer dat er ‘mevrouw’ tegen me werd gezegd dateert intussen alweer van erg lang geleden. Zo lang zelfs, dat ik me de schuldige niet meer kan herinneren.
Het was geloof ik vlak na mijn dertigste dat ik het, na een paar jaar ‘thuis zitten met de kinderen’ weer tijd vond worden om weer eens te gaan dansen. Samen met wat vriendinnen toog ik op een zaterdagavond naar een plaats waar dat kon. Niet alleen de muziek was behoorlijk veranderd; ik constateerde ook dat de aanwezige mannen allemaal wel erg jong waren geworden. Gelukkig was het er donker en vielen we niet erg op.
Een paar jaar lang leek alles gewoon tot ineens de derde man op een rij uit mijn vriendenkring op motorrijles ging: “Om files te vermijden”. Dat verbaasde me wat, omdat men jarenlang in dezelfde files had gestaan. “Acht kilometer voor de Coentunnel” en “al om zes uur 's ochtends vertrokken want dan kan ik zo doorrijden” gaf dus ineens geen status meer. Motorrijden doet men sinds het behalen van het felbegeerde rijbewijs overigens ook op zonnige zondagen en ik mag best een keer mee.
Een kennis werd vijftig. Toen ik hem tegenkwam op straat had hij een tijdschrift onder zijn arm. “Heb je het nog gevierd” vroeg ik. “Mijn dochter vond dat het moest” zei hij met een zuur gezicht. Op kantoor had men vanwege zijn verjaardag ook aandacht aan hem besteed. Niet op die manier die hij graag wilde. Men vond hem te oud voor gymschoenen en het hippe jasje dat hij droeg vond men ook meer iets voor twintigers. "Wat heb je daar” vroeg ik, om de aandacht wat af te leiden, wijzend op het tijdschrift onder zijn arm. Het bleek een autoblaadje. Hij dacht over de aanschaf van een cabriolet.
Een tijdje later wilde ik wat afspreken met een vriend. Hij wilde thuis, ik uit. “Aaaah toe……, hoezo” zeurde ik. “Kom liever bij me langs” zei hij op geheimzinnige toon “ik kan de deur niet uit”. In plaats van een sensationele onthulling keek ik bij hem thuis aangekomen naar zijn hoofd vol blauwe plekken. Het bleek een poging tot haarimplantaten en het resultaat was in ieder geval of een week binnen zitten, of een muts voor hele dagen.
Niet lang daarna gebeurde er iets dat me persoonlijk trof. Tijdens een vakantie vond ik op mijn donkerblauwe strandhanddoek een grijze haar die alleen uit mijn eigen hoofd gevallen kon zijn. ‘Haren verven’ bleek in mijn leven veel dichterbij dan ik dacht. Daar gingen mijn vrije zaterdagen; ik zag een toekomst voor me met iedere zes weken urenlange verveling bij de kapper. Er bleek overigens nog iets veel ergers dan dat. Dat ontdekte ik een jaar of twee later tijdens de kennismaking met mijn nieuwe buurjongen van zes. Stralend bekeek hij me en zei “ik weet wat er met jou is……….jij krijgt een baby”. Verbijsterd droop ik af en bekeek mezelf van alle kanten in de spiegel. Haren verven bij de kapper kon nog worden uitgesteld. Als ik voor zwanger kon worden aangezien viel het met mijn hoofd blijkbaar nog wel mee. Mijn schijnzwangerschap was het startschot voor een nieuw ding in mijn bestaan: de sportschool. Met lood in mijn aerobic schoenen nam ik plaats tussen vooral twintigers en wat vrouwen van, zoals dat mooi heet ‘mijn leeftijd’. Een uitdrukking die je pas na je veertigste gaat bezigen overigens.
Met mijn omgeving gebeurt intussen hetzelfde. Dat mijn vriendinnen en vrouwelijke collega’s aan de lijn doen ben ik van ze gewend. Een deel van hen is er overigens mee opgehouden. “Ik ben veertig en ik mag best iets dikker” hoor ik tegenwoordig steeds vaker. Dat Sonja Bakker bestaat en waarom ze zo bekend is weet ik desondanks toch. Niet van een vriendin maar van een man. Af en toe gaat hij nog wel mee naar de kroeg. Daar drinkt hij geen bier, maar calorieën, en de prijs is dat hij zijn avondeten moet laten staan.
Afgelopen week ging ik naar een vriendin die ik niet vaak zie. Haar man, Kees, stond bij aankomst op het punt om weg te gaan. ”Jij bent niet veel veranderd” zei hij, op een toon en met een gezicht alsof dat wel zo had moeten zijn. “Zie je iets aan me” vroeg ze verlangend toen hij weg was. Ik keek en keek maar zag niks anders dan een wakkere blik. “Je ziet er uitgerust uit” zei ik. “Oogleden gelift” zei ze. Een operatie die heel wat voeten in de aarde had om ‘m vergoed te krijgen begreep ik tijdens de maaltijd, maar uiteindelijk was het allemaal gelukt. Na een weekje zonnebril keek ze weer fris de wereld in. Aan het einde van de avond kwam Kees weer thuis. Nuchter, en veel eerder dan ik van hem gewend was. Hij zuchtte en toen hij ging zitten zag ik dat dat hem moeite kostte. Bij wijze van uitleg noemde hij zijn leeftijd. We raakten in gesprek en toen bleek dat hij het een en ander mankeerde. Toen we zijn kwalen gehad hadden vroeg hij “ben jij nog helemaal gezond”. “Jahaaaa” zei ik, geschrokken van het onderwerp dat in mijn leven nog nooit op die manier aan de orde was gesteld. Mijn vriendin begon in allerijl over haar grijze haren. Opgelucht omdat we het over iets anders konden hebben keken we naar de onschuldige verandering op haar hoofd.
8 May, 01:34
De Noordzee in mijn oor

Toen ik hier ruim twee jaar geleden heen verhuisde van mijn vorige adres dacht ik dat alles anders zou worden. Een huis met uitzicht, geen overburen, geen doorgaand verkeer, zelfs geen parkeerplaatsen. Nooit meer zou ik via mijn balkon hoeven praten met mijn overbuurman. Praten is trouwens teveel gezegd, hij sprak en ik luisterde. Alles kwam aan bod, familieproblemen, hartklachten, gezeur op het werk, vervelende kinderen. Geen Dominicaanse overbuurvrouw meer ook, met al haar potten en pannen en haar knetterharde muziek en enorme schare krijsende kinderen. Plus alle familie die 'over' was trouwens. Niet erg, als er maar niet zoveel lawaai was geweest dat ik daarvoor onder alle weeromstandigheden met de ramen dicht had moeten slapen. Omdat zij zo ongeveer opstond als ik naar bed ging. Geen buurman meer in de WAO die eeuwig bleef doe het zelven in zijn schuurtje voor zijn boot die nooit af kwam. Op mijn vrije dagen vanzelfsprekend en natuurlijk nooit pas na twaalf uur ’s ochtends. Niet meer ‘zij van verderop’ die altijd ruzie hadden, maar dan toch vooral ’s nachts en altijd met de ramen open. Te hard om ervan te kunnen slapen, te zacht om te kunnen volgen waar het daar nou eigenlijk over gaat. Geen huilende hond van mijn overbuurman, geen kattengekrijs in de tuin, niet meer die ploeg studenten die eeuwig aan het barbecueën waren en zich ver verheven voelden boven al die families met hun burgerlijke bestaan en regelmatige bedtijden. Nooit meer het geluid van ‘Opsporing verzocht’ horen als ik eens voor mijn eigen tv zat. Dat vond mijn bovenbuurvrouw namelijk HET programma om nou eens zonder gehoorapparaat te bekijken. Dan moest het geluid dus ‘iets’ harder. Geen getoeter meer van auto’s van het bezoek van mijn overburen. Voor wegbrengen en ophalen kwam je daar namelijk niet achter het stuur vandaan. Aanbellen vonden veel mensen in mijn oude buurt overigens te veel moeite.

Ik weet nog met wat een enorme slaapverwachting ik hier de eerste dagen in bed ging liggen. Wat kon er mis gaan? Dat de buren nog niet klaar waren met de inrichting en dat er daarom ’s avonds en op zaterdagochtend werd geboord, dat leek me een tijdelijke zaak. Nog een maand, en dan stond daar alles op z’n plaats. Daarna hoorde ik wel eens een ruzie. Dat begreep ik. Verhuizen is heel stressvol en als ik in die tijd iemand had gehad om ruzie mee te maken had ik het beslist ook gedaan. De eerste echte dissonant was eigenlijk mijn benedenbuurvrouw van de begane grond. Die laat ’s ochtends om zeven uur haar hondje uit. Dat is niet erg, maar op het paadje onder het raam komt ze wel eens iemand tegen. Daar praat ze dan mee. Plat Amsterdams. Nou heeft ze een hele harde stem. Niet omdat ZIJ hardhorend is, dat is haar man. Ze zijn gewoon op elkaar afgestemd, na veertig jaar huwelijk. Zodoende weet ik al heel vroeg ’s ochtends wat er op haar programma staat. Ook in het weekend. Als ik opsta loop ik op warme dagen meteen naar het balkon. Rechts is het prachtig. Water, bomen; kortom; groen. Al twee jaar weet ik dat ik eigenlijk niet de andere kant op moet kijken. Iedere ochtend vergeet ik dat weer. Dan kijk ik recht in het gezicht van mijn buurman. Die zit op zijn overvolle balkon met talloze soorten planten, vogels, tafeltjes, op de enige stoel die er nog kan staan. Geloof me, ’t is best een aardige man, maar hij is niet echt de eerste die ik wil zien als ik ’s ochtends opsta, laat staan spreken. Da’s nou precies waarom buurman daar zit. Hij praat alleen niet voor de gezelligheid. Hij heeft altijd klachten. Bij mijn directe benedenburen is dat anders. Die hebben het te druk voor klachten; daarvoor valt er veel te veel te leven. Het is een familie met kinderen. Het is er gezellig. De televisie staat altijd knetterhard aan, maar dat begrijp ik; anders hoort niemand wat. Zelfs ik kan iedereen er altijd bovenuit horen. En om elf uur ’s avonds valt er op Al Jazeera blijkbaar veel meer te lachen dan bij Pauw en Witteman. Schuin boven ons woont trouwens een vreemde man. Hij heeft een hond, een enorme grote zwarte. Die hond huilt nooit, want hij is vrijwel nooit alleen thuis. Bij mooi weer zit hij niet op het balkon, maar hangt ie met zijn voorpoten uit het raam. Een echte Amsterdamse hond. Hij huilt nooit, af en toe doet ie een blafje. Wie wel huilt, is die man.

Wat ons buiten betreft: in het mooie uitzicht komen hier op hele mooie dagen alsmaar bootjes voorbij. Op de heenweg, in de ochtend, gaat het nog rustig. Op de terugweg was het gezellig geweest. Dan hebben ze een wijntje op. En als mensen op een boot een wijntje op hebben weet je wat ze dan doen? Precies. Zingen. Er zijn nog meer muzikale geluiden van buiten. Een discotheek in de buurt organiseert regelmatig feesten. Met of zonder pillen: het moet er leuk zijn, want ik begrijp intussen precies wat wordt bedoeld met ‘het dak ging er af’. Een andere ontdekking die ik over buiten deed is dat meerkoeten bijna net zoveel lawaai maken als katten. Niet alleen maar soms, eigenlijk altijd. Een meerkoet is volgens mijn recent opgedane kennis koploper voor wat betreft territoriumdrift. En, o ja, weet iemand misschien wanneer men toch klaar is met het uithakken van het beton tussen de tramrails in de De Clerquestraat?
Begrijp me niet verkeerd, ik heb weer met alle nieuwe geluiden leren leven. Ik kijk nooit naar ‘de Gouden Kooi’, niet naar consumentenrubrieken, niet naar dokter Phil; hier om mij heen gebeurt genoeg.
Voor hoogtijdagen heb ik een oplossing bedacht. Er is een firma die prima oordoppen maakt. En met die dingen kan ik de Noordzee in mijn oor horen ruisen.
14 Apr, 21:02
In een opwelling schreef ik me ooit in bij een datingsite: "meisjesachtige vrouw zoekt jongensachtige man". Mijn mailbox openen na het eerste weekend van inschrijving was wel even schrikken. Alle interessante hobby's en het mooie weer ten spijt; blijkbaar zaten de meeste mannen toch het liefst thuis achter de computer. Jongensachtige mannen te over op de datingsite. In leeftijd variërend van 28 (maar wel al heel ervaren) tot 58 (in dat geval nog wel voor ALLES in).

Er werden veel voorstellen gedaan: wandelen langs het strand, of juist in de bossen. Ook kon ik mee gaan motorrijden, zeilen en bergbeklimmen. Naar de bioscoop, cabaret en moderne dans. Sommige mannen wilden een goed gesprek bij de open haard en een romantisch diner. Daarnaast werden er reizen voorgesteld naar afgelegen oorden. Sommige mannen wilden me cadeaus overhandigen.

De namen van de geïnteresseerden waren in een aantal gevallen bijzonder. Van ‘runningwild’ (op zoek naar een rijke vrouw) tot ‘orfeo’ (hobby’s klassieke muziek) en ‘bassist’ (naar het instrument dat deze man sinds zijn zeer onlangs tot volle bloei gekomen midlifecrisis was gaan bespelen). Niet iedereen was even subtiel. Om aan te geven wat hij in de aanbieding had, had een meneer zichzelf maar ‘dikke lul’ genoemd.

De bij de bij het profiel behorende foto’s waren de moeite van het bestuderen waard. Veel foto’s van auto’s en zeilboten, actiefoto’s waarbij gefietst werd in bergen of heftig werd gewandeld. Een enkeling dreef op een luchtbed in een zwembadje. Ook foto’s van druk telefonerende mannen in pak in een kantooromgeving of prachtige poses naast de kunst thuis. Een man zat gewoon uitgezakt op de bank; een bierblikje voor zich, een volle asbak en een pakje zware shag. Ook waren er zelfportretten, gemaakte met de webcam, waaraan je kon zien dat de computer vlakbij de verwarmingsketel stond met daarachter een rek waaraan damesondergoed droogde.

Heel wat slachtoffers van foute vrouwen schreven mij een mail: “Ik had een sprookjeshuwelijk, als ik ’s avonds thuiskwam zat de boze heks al op de bank”. Ook kreeg ik post van mannen die eigenlijk geen tijd voor me hadden, vanwege hun werk en al hun bezigheden. "De kinderen gaan voor" schreef iemand dreigend. Een man schreef in het geniep, men mocht het thuis niet weten. Een ander was juist door zijn vrouw gestuurd; hij was te saai geworden.

Voor het beantwoorden van mails en het terugsturen van standaardberichten (gebroken hartjes) had ik eigenlijk een secretaresse nodig: "Nee meneer, ik wil u niet nu al zien" en "leuk hoor motorrijden, maar ik vind het eng" en "lieve jongen, ik had je moeder kunnen zijn". Ook voor het romantisch dineren bedankte ik. Ik zag het voor me, in mijn mooiste jurk bij kaarslicht en intussen naar huis smsen met de vraag of hier het huiswerk al vordert. Het viel overigens nog niet mee bij de beantwoording van de post Klaas, Jan, Koos, Kees en Piet met al hun kinderen, hobby's, werk en wensen uit elkaar te houden.

Er bleef een select gezelschap over dat ik wel beter wilde leren kennen. Een aantal bleek me na het sturen van de eerste mail of het interessebericht al meteen te zijn vergeten. Met een aantal mannen maakte ik, om uiteenlopende redenen, een afspraak. Ik dronk koppen koffie leeg, af en toe ook glazen wijn. Ik bezocht plaatsen waar ik anders beslist nooit zou zijn geweest en zag ik films die ik anders niet zou hebben gezien. Ik zat moederziel alleen vooraan bij een concert op een plaats waar ik de mogelijke aanstaande -voor mij helaas onzichtbaar, viool kon horen spelen.

Natuurlijk maakte mijn inschrijving op de site –compleet met nickname, mij ook kwetsbaar. Dat bleek toen op de sportschool een man mij toesiste “dat ik er in het echt veel leuker uitzag dan op de foto” en ik op mijn werk een mailtje van een collega kreeg met de aanhef ‘Hoi Nina, o nee, sorry, Martina’. Wie het resultaat wil weten: de belangstelling voor mij op de datingsite is geluwd. Ik heb er wat contacten aan overgehouden en twee vriendschappen. Ik ben weer druk met mijn gewone bezigheden. Een berg beklimmen doe ik komende zomer met mijn kinderen en mijn zus, fietsen doe ik naar mijn werk, en ik ga naar films die ik vooral zelf graag wil zien. Kortom, ik ben vooral bezig met de mensen die ik al kende van voor mijn inschrijving. Daar doe ik veel leuke dingen mee. En op feestjes doen mijn verhalen het goed.


4 Apr, 17:00
Onlangs kwam ik hier, via Hyves, een jeugdliefde tegen. Nou ja, 'tegenkomen' en 'jeugdliefde' is niet helemaal eerlijk geformuleerd. Ik was destijds vooral verliefd op hem geweest, -dat hij ook 'op mij' was had ik alleen van horen zeggen. Voor wat betreft 'tegenkomen';
eigenlijk had ik al een paar keer op internet flink naar hem gezocht. Toen ik op het idee kwam dat je zijn achternaam eenvoudigweg met twee e's moet spellen bleek het een fluitje van een cent; een paar aanslagen verder op het toetsenbord stond hij 'pats' op mijn beeldscherm.

Het was even wennen.

De mysterieuze, hippie achtige, slanke jongen met het lichtgebruinde
hoofd, de bruine ogen, de bos lang krullend haar en het pakje 'raider' in de borstzak van zijn spijkerjasje..... In plaats daarvan keek ik in een bleek gezicht met diepe groeven, waarin ik secondenlang niks herkende. Bruine ogen, dat wel, maar de krullen hadden plaatsgemaakt voor een kort kapsel, dat strak naar achteren was gekamd en getver, wat zou er in zijn haar zitten, toch geen brylcream?

Zijn kleding was ook anders. Geen spijkerpak meer, maar in het uniform van een franchiseketen poseerde hij achter een toonbank. "Hij is kaasboer" schaterde mijn veertienjarige zoon achter me, die mijn zoekproces nauwlettend had gevolgd, getuige was van mijn ontdekking en op de hoogte was met de aanleiding.

Ik zal niet ontkennen dat ik wat teleurgesteld was. In vijf seconden slikte ik dapper een 30 jaar oude onbeschadigde herinnering weg en de prijs voor mijn nieuwsgierigheid moest ik cash afrekenen bij die oude man die daar achter de toonbank stond.

Ik was stoer en schreef hem meteen een krabbel. Onder het motto 'als-hij-iets- anders-was-geworden-en-er-leuk uit-zou- zien-zou-je-ook-schrijven-', (en nu dus ook een beetje sportief zijn graag). Het zinnetje dat ik voor mijn vondst in mijn hoofd had schreef ik braaf voor hem op.
Hoe dan ook, ik keek er naar uit een paar zinnen met hem te wisselen. En dus: "Hallo, Ken je me nog, ik zat een klas lager dan
jij, ik ben toen ik vijftien was zooooo verliefd op je geweest". Groet, Martina

Mijn bericht was natuurlijk veel te direct en ik hoorde dan ook niks terug. Feit was wel dat mijn hyve ineens hoog frequent werd bezocht. Dagen later keek ik nog eens op zijn hyve. Daar stond blijkbaar wat hij dacht wat de meest gepaste reactie was op mijn opmerking en vraag; een nieuwe foto waarop ook zijn ega te zien was -in hetzelfde uniform natuurlijk.
De jongen die 30 jaar geleden zo goed zoende staat vast ook op Hyves. Maar ik zoek niemand meer.